New York Madness

Na een korte vakantie in Nederland ben ik weer terug in New York. De stad heeft niet stil gezeten en ik wel dus ik heb een boel in te halen. Na twee dagen ben ik zodanig over mijn jetlag heen dat ik mij weer onder de mensen kan begeven. Daarom zit ik nu in de 55 bar en luister naar een concert van de Australische Jo Lawry. Zij tourt met Sting over de hele wereld en is eindelijk weer eens in New York. Rechts naast mij zit Kurt Elling met zijn vrouw, aan mijn linkerzijde Becca Stevens en Ambrose Akinmusire en op dit moment lopen Matt Penman en Ari Hoenig naar binnen. Ik vraag me af of ik ze allemaal om een handtekening moet vragen…  Maar dan blijf ik hier bezig. Op 19 januari gaf Obama een toespraak in het Apollo Theater in Harlem, een half uurtje hier vandaan. Deze week presenteerde Madonna haar nieuwe film W.E. in het Ziegfeld Theater in Upper West en op 10 kilometer afstand van mijn huis beviel Beyonce twee weken geleden van haar eerste kind. Ik begin er niet aan om ze allemaal om een handtekening te vragen, dat is geen leven!

Ik vind het best weer heftig om terug te zijn in New York. Omdat er natuurlijk elk moment een beroemdheid aan kan bellen, maar ook omdat het vocalisten maand is. Toevallig hebben alle bars en clubs besloten de betere zangers in deze maand te programmeren en ik heb het er erg druk mee. In tien dagen heb ik acht concerten gezien en al na het derde concert raakte ik mijzelf kwijt. Na het zien van Jo Lawry besefte ik dat mijn piano spel beter moet. Toen ik Cyrille Aimee in Smalls hoorde besloot ik alleen nog maar Chet Baker solo’s te transcriberen en alle jazz standards van de wereld te leren. Daarna zag ik Leni Andrade zingen en dacht: ‘Nee, Braziliaanse muziek daar ga ik me nu echt op richten’. Na het concert van Theo Bleckmann was de knoop doorgehakt en wist ik dat sound toch het belangrijkst is, maar toen zag ik Becca Stevens en besloot ik het over een andere boeg te gooien:’Ik ga alleen nog maar liedjes schrijven.’ Maar oh daar was Alan Hampton en ik vroeg me af of ik misschien nog bassiste kon worden. In Cornelia Street Cafe besloot ik dichteres te worden, of tapdanser, of goochelaar, of trommelaar, of tovenaar of ooievaar…En toen werd het zwart voor mijn ogen…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *