Back in the days

Vanaf december 2012 schrijf ik in plaats van een blog op mijn website, columns voor het magazine JazzFlits. De JazzFlits komt 20 keer per jaar uit en is te lezen op www.jazzflits.nl. Alle columns die ik voor JazzFlits schrijf post ik ook op deze website.

From december 3rd on I’ll be writing about my life as a musician in New York City. You’ll get to know about everything I hear, see and notice in the New York music scene. A new JazzFlits will be released every other week on www.jazzflits.nl. I’ll post them on this website too.

JazzFlits nr. 193, 24/02/2013

Nu ik alle bekende jazz clubs regelmatig heb bezocht, ben ik een zoektocht gestart naar de geheime, weggestopte bars met goede live muziek. De plekken waar je eerst twee trappen naar beneden moet lopen of waar vijf keer aanbellen de geheime code is om toegelaten te worden. Ik ben benieuwd of ze bestaan… Drie weken geleden kreeg ik een tip van iemand om eens naar een bar in East Village te gaan. Daar zou elke maandag geweldige live jazz worden gespeeld door onbekende grootheden en jonge bebopfanaten. Geen entree prijs, geen minimum aan drankjes, gewoon muziek.

De bar zit tussen avenue A en B in en op de weg ernaartoe loop ik langs het huis waar Charlie Parker van 1950 tot 1954 woonde. Een buurt vol jazz traditie, die wordt voortgezet in 11th Street Bar. Tijdens het voetbal seizoen komt de NY Supporters Club van FC Liverpool hier bijeen, maar elke maandag is gereserveerd voor live jazz onderleiding van pianist Richard Clements.

Er zitten een paar mensen aan de bar en helemaal achterin zie ik een piano, drumstel en contrabas staan. Mijn tipgever vertelde me dat hier de muzikanten spelen die vroeger met grote namen de wereld over toerden, maar om welke reden dan ook zelf niet bekend zijn geworden.  Aan de bar raak ik aan de praat met Charles Davis, een oudere man die tenor saxofoon speelt. Ik zeg dat ik uit Nederland kom: “Oh, Amsterdam! I’ve been there many times. I used to play a lot in a club called The Bimhuis with Philly Joe.” Hij blijkt zijn carrière op zijn 18e te zijn begonnen in de band van Billie Holiday en daarna speelde hij 2 jaar met Dinah Washington. Als hij wegloopt google ik hem en zie vluchtig een paar namen met wie hij ook heeft gewerkt Kenny Dorham, Ahmad Jamal, Ben Webster, Max Roach, Freddie Hubbard, John Coltrane, Clifford Jordan…

De band begint met spelen en blijkt een mix te zijn van oude mannen als Charles Davis en jonge ‘cats’ van mijn leeftijd. Ze hebben niet gerepeteerd, maar ook de jonge jongens spelen de ingewikkelde en onbekende ‘bebop heads’ zonder enige moeite mee. Tijdens de solo’s zie ik ze bewonderend naar de oude mannen kijken, net als ik horen ze ook de diepe doorleefde klanken die je af en toe kippenvel bezorgen. Van de 10 stukken die ze in de eerste set spelen, herken ik alleen ‘Reeds and I’.

Vanuit mijn ooghoek zie ik een oud, kromlopend mannetje binnenkomen met wit kroeshaar. Ik herken Barry Harris meteen en Richard Clements staat op om ruimte te maken achter de piano. Mister Harris speelt een Monk-achtig intro voor Somebody Loves Me en tijdens het luisteren reis ik terug in de tijd. Even is het alsof Charlie Parker hier nog om de hoek woont en als ik heel, heel goed kijk zie ik naast Charles Davis Billie Holiday staan.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *